Direct naar paginainhoud

SRANAN RUTU

Wie is je vader, wie is je moeder

Van 1 november 2017 tot 1 maart 2018 was de tentoonstelling Sranan rutu – wie is je vader, wie is je moeder te zien:  stambomen en verhalen van mensen met Surinaamse roots. Sranan rutu betekent letterlijk Surinaamse roots. Deze stambomen zijn het resultaat van voorouder onderzoek verricht door donateurs van de Stichting Surinaamse Genealogie. Meer dan 10% van alle inwoners van Almere heeft een Surinaamse achtergrond en voor veel Almeerders interessant. Daarnaast worden archieven vaak gebruikt voor stamboomonderzoek. Deze tentoonstelling laat zien wat je dan allemaal kunt vinden.Naast een tentoonstelling met foto's, stambomen en traditionele kleding was er iedere woensdag een open spreekuur waarbij Huub van Helvoort, één van de motoren achter de tentoonstelling, vragen beantwoordde en tips gaf hoe iemand zijn of haar eigen stamboom kan onderzoeken.

Opening Sranan Rutu

Scroll door foto's van de tentoonstelling en de opening met burgemeester Franc Weerwind, stadsarchivaris Ellis Kreuwels en initiatiefnemer Huub van Helvoort.

Tentoonstelling

Behalve fraai vormgegeven stambomen, geïllustreerd met foto’s en afbeeldingen van 
slavenregisters, doop-, trouw- en overlijdensakten en krantenberichten, zijn er ook oude foto’s uit Suriname te zien.  En tevens verhalen over bevindingen tijdens het onderzoek, zoals de reconstructie van de moord op een zekere Julius Marcus Arah.
De oudste stamboom in de tentoonstelling gaat terug tot de 17de eeuw. Een van de bekendste namen is wel Anton de Kom, zoon van een slaafgemaakte en een bekende verzetsstrijder in Nederland tijdens de tweede Wereldoorlog. Ook zijn stamboom is uitgeplozen en in de tentoonstelling te zien. Een andere bekende familie is de familie Nods – die ook verzetswerk verrichtte. Waldy Nods speelt de hoofdrol in het boek Sonny Boy, geschreven door Annejet van der Zijl en verfilmd door Maria Peters. Maar er zijn ook stambomen van minder bekende families, die  een interessante inkijk bieden in de levens van de Surinaamse voorouders. 

Slavenregisters

Tussen 1830 en 1863 werden slaafgemaakte mensen in Suriname geregistreerd in slavenregisters. Per plantage of eigenaar werden de slaafgemaakten geregistreerd met naam, leeftijd, moedersnaam en informatie over geboorte, overlijden, verkoop en/of vrijlating. Van de meeste families staan er meerdere generaties in de slavenregisters, waardoor het mogelijk is om via de moedersnaam ook grootmoeders en overgrootmoeders te vinden. Omdat  mensen in slavernij volgens de wet geen familie hadden, hadden ze officieel geen achternaam en geen vader. Vrijwilligers van het project ‘Maak de Surinaamse slavenregisters openbaar’ hebben er voor gezorgd dat de slavenregisters online zijn raadplegen.

Poppen

In de tentoonstelling waren diverse grote en kleine etalagepoppen te zien onder andere van een dame met een gele koto, een jurk die vrouwen dragen op hun 50ste verjaardag, een paarse koto die wordt gedragen als men 60 jaar is, een pop met een blauwe oorbel, een bigi koto of heri skin en betekent dat zowel de hoofddoek als de koto van dezelfde stof is, en een pop met rode oorbel en tas. Deze heet miss de Neef, de vrouw van een slaven eigenaar. Zij vond de dracht van de slavinnen zo mooi en creëerde haar eigen model op basis van die dracht. De hoofddoek heeft ook “miss de neef of wel opo lantji”.

 

Surinaamse stamboomonderzoek

Voor stamboomonderzoek naar Surinaamse voorouders kunt u terecht in het Nationaal Archief in Den Haag. Daar worden veel geboorte-, huwelijks- en overlijdensaktes bewaard, waarin veel informatie over voorouders te vinden is. De slavenregisters uit het Nationaal Archief van Suriname zijn ook een belangrijke bron, deze zijn online raadpleegbaar. Surinaamse kranten zijn doorzoekbaar op de site van de Koninklijke Bibliotheek: Delpher.nl

Voorbeelden van panelen uit de tentoonstelling